Lusthof

1. Algemeen: Inleiding

Dit rapport verschijnt als afronding van de 1e fase van het project “Cultuurhistorie als inspirerend onderdeel van de ruimtelijke inrichting” en beschrijft een deel van de ruimtelijke neerslag van de geschiedenis van Bergen. Het project, dat financieel werd gedragen door de provincie Noord-Holland, is uitgevoerd door het Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland in samenwerking met de gemeente Bergen.

Tijdens het project is op basis van (veelal) bekende cultuurhistorische gegevens een beeld geschetst van de ontwikkeling van het landschap. Landschap wordt in het kader van dit project geïnterpreteerd in de brede zin van het woord, waarin landschap wordt 
gezien als alle ruimtelijke onderdelen van een gebied. Hiertoe behoren dan ook niet alleen de landelijke gebieden, 
maar ook de stedelijke gebieden

Vervolgens wordt bekeken op welke wijze de bekende cultuurhistorische gegevens onderdeel kunnen worden van de bestemmingsplannen. Hiertoe wordt zitting genomen in de ambtelijke werkgroep die vanuit verschillende disciplines input levert in het bestemmingsplan. Het 1e te vervangen bestemmingsplan is in dit project als casus gebruikt om te tonen, c.q. te ontdekken, op welke wijze cultuurhistorie op een zinvolle wijze tot onderdeel van het bestemmingsplan gemaakt kan worden.

Dit rapport is bedoeld als input voor de afdeling ruimtelijke ordening, die het zal gebruiken voor de ruimtelijke plannen voor de gemeente. Medewerking aan het rapport is geleverd door de Commissie Cultuurhistorische Kwaliteit van de gemeente, die het hebben gelezen en van nuttig commentaar hebben voorzien, en door Fons Kruijer en Anita van Breugel, de ambtenaren cultuurhistorie van de gemeente Bergen, die het uitzetten van het rapport binnen de gemeentelijke organisatie hebben mogelijk gemaakt.

Cultuurhistorische waarden

Het begrip cultuurhistorische waarden is een steeds vaker gehoord begrip in Nederland. Niet altijd wordt daarbij dezelfde definitie gehanteerd. In dit verband wordt met cultuurhistorische waarden bedoeld: de ruimtelijke neerslag van de geschiedenis in het landschap, zowel onder als boven de grond en zowel in het landelijke als in het stedelijke gebied. Hierbij worden 3 onderzoeksdisciplines betrokken, te weten:

De definities van deze vakgebieden zijn opgenomen in de begrippenlijst in de bijlagen van dit rapport.

  1. De archeologie.
  2. Historische geografie en
  3. Historische (steden)bouwkunde. 

Leeswijzer

2e hoofdstuk

In het 2e hoofdstuk wordt een chronologische beschrijving van de ontwikkeling van het landschap van Bergen gegeven. Dit hoofdstuk is met name bedoeld als onderlegger voor de gebiedsvisie van de gemeente. In de gebiedsvisie wordt een algemeen ontwikkelingsbeeld voor het grondgebied van de gemeente geschetst en worden meer gedetailleerde (sturende) uitspraken gedaan ten aanzien van het landelijk gebied. Voor de diverse kernen zijn eveneens structuurvisies geschreven. De structuurvisies voor de kernen passen qua beleid in de overkoepelende gebiedsvisie van de gemeente.

3e hoofdstuk

In het 3e hoofdstuk wordt in een beschrijving van de deelgebieden nader ingegaan op de ontwikkelingen in delen van de gemeente. Er is gekozen voor een indeling in 3 gebieden die vooral gebaseerd is op de opbouw van het landschap, maar ook past bij de indeling in bestemmingsplangebieden. Bij het maken van de bestemmingsplannen kunnen deze gebiedsbeschrijvingen als onderlegger dienen. Bij de gebiedsbeschrijvingen zijn aanbevelingen opgenomen over de cultuurhistorische waarden. Deze zijn bedoeld als eerste aanzet voor het betrekken van de cultuurhistorische waarden bij de ruimtelijke ordeningsopgaven en landschappelijke ingrepen. Behalve de beschrijvingen van de geschiedenis zijn ook kaarten ingetekend, die de neerslag van de geschiedenis in het landschap weergeven, de zogenaamde cultuurhistorische waarden. Bij de kaarten hoort een catalogus, waarin een beschrijving is gegeven van de op de kaart aangegeven cultuurhistorische waarden. 

Laatste hoofdstuk

Het laatste hoofdstuk van dit rapport bevat een conclusie, waarin ook aanbevelingen zijn opgenomen over lacunes in de kennis over de cultuurhistorische waarden en beleid daarover in de gemeente Bergen. Hoewel een omvangrijk werk is verzet en een rapport is vervaardigd met veel feiten en verbanden, zijn wij ons ervan bewust dat dit slechts het begin is van de vastlegging van de cultuurhistorische waarden in de gemeente Bergen. 

Historische verenigingen hebben meer gedetailleerd inzicht in de cultuurhistorische waarden in delen van de gemeente. Bovendien wordt in de loop der tijd steeds meer duidelijk over de geschiedenis. Zo wordt tijdens de eindfase van de vervaardiging van dit rapport een archeologisch onderzoek uitgevoerd over de Vinkenkrocht. Dit onderzoek zal weer meer gegevens aan het licht brengen en wellicht een nieuwe inspiratiebron kunnen vormen voor het omgaan met dit deel van de gemeente Bergen. Ook dit rapport is daarmee een tijdsopname, die in de loop der tijd zal moeten worden aangevuld met nieuwe gegevens en nadere detaillering.

Inoudsopgave

1. Algemene inleiding 

Cultuurhistorische waarden 

Leeswijzer 

2.  Chronologische geschiedenis

2.1. Ontstaansgeschiedenis van de ondergrond 

2.2. Sporen van bewoning en akkerbouw in de prehistorie

2.3. Het gebied in de Vroege Middeleeuwen (periode 450-1050)

2.3.1. Wonen, werken en verkeer op de strandwallen

2.3.2. Water

2.3.3. Religie

2.3.4. Negende en tiende eeuw: ontginningen in de strandvlakte

2.4. De Late Middeleeuwen (periode 1000-1500)

2.4.1. Landbouw

2.4.2. Water

2.4.3. Religie

2.4.4. Kastelen en versterkte huizen

2.5. De Nieuwe Tijd (periode 1500-1813)

2.5.1. Droogmakerijen

2.5.2. Delfstoffen

2.5.3. Agrarische sector

2.5.4. Buitenplaatsen

2.6. De Nieuwste Tijd (periode 1813 tot heden)

2.6.1. Akkerbouw en beplanting in de duinen

2.6.2. Delfstoffenwinning

2.6.3. Gezonde zeelucht, sanatoria en recreatie

2.6.4. Religie

2.6.5. Defensie 

2.6.6. Bouwkunst in Bergen

3. Gebiedsbeschrijvingen

3.1. De binnenduinrand: huis en tuin

3.1.1. Het ‘huis’ Egmond-Binnen

3.1.2. Het huis Egmond aan den Hoef

3.1.3. Het ‘huis’ Schoorl, lint van Aagtdorp tot Camperduin

3.1.4. Het ‘huis’ Bergen, heerlijkheid op de haakwallen

3.1.5. De binnenduinrand als tuin en erf rond de huizen

3.2. De polders, park en landbouwgrond

3.2.1. Strandvlakte, polders ten noorden van Bergen

3.2.2. Droogmakerijen en aandijkingen, polders ten zuiden van Bergen

3.3. Duinen en kust, de woeste gronden van de lusthof

3.3.1. Duinen en strand

3.3.2. Egmond aan Zee

3.3.3. Bergen aan Zee

4. Algemene conclusies

Bronnenlijst

Begrippenlijst

2. Chronologische geschiedenis

Chronologische geschiedenis

Langs de Noord- en Zuid-Hollandse kust liggen strandwallen die door de zee zijn opgeworpen. Deze strandwallen liggen parallel aan elkaar ongeveer in noord-zuid richting. De oudste strandwallen liggen het meest oostelijk. Tijdens het opwerpen van de strandwallen heeft de kust zich namelijk in westwaartse richting verplaatst. De vorming van strandwallen ging door tot ongeveer 500 voor Christus. Sinds de Romeinse tijd (12 voor tot 450 na Christus) vindt de verplaatsing van de kust weer in oostwaartse richting plaats, net zoals dat voor het begin van de vorming van de strandwallen het geval was.

Strandwallen die nu nog te vinden zijn in de kuststreek, zijn gevormd door de zee tussen 3000 en 500 voor Christus. De ondergrond van Egmond en Schoorl is ontstaan aan het einde van die periode. Op het moment dat de strandwallen droogvielen kreeg de wind vat op de bovengrond van de strandwallen en joeg dit zand op tot duinen, de zogenaamde Oude Duinen, die veel lager waren dan de duinen die wij heden ten dage als kustverdediging kennen. De huidige duinen ontstonden later door grootschalige zandverstuivingen tussen 1000 en 1850. Hierbij werden de strandwallen en Oude Duinen (deels) overstoven door de Jonge Duinen. Tussen de strandwallen in liggen 
strandvlaktes, die veel lager liggen dan de strandwallen, waardoor de eerste later in gebruik genomen werden dan de strandwallen en een ander gebruik kenden.