Gebruik van bodycamera’s door boa's
Buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) gebruiken bij het werk bodycamera’s. Dat doen we om voor hen een veilige werkomgeving te creëren.
De bodycamera is een persoonlijk beschermingsmiddel in de zin van de wet (artikel 3, lid 1, sub b van de Arbowet). De werkgever van de boa’s, de Werkorganisatie BUCH moet als goed werkgever (artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek) de arbeidsbelasting van werknemers zoveel mogelijk beperken (artikel 2,15 van het Arbobesluit). Daarom is er een gerechtvaardigd belang (artikel 6, lid 1, sub f AVG) om de bodycamera’s te gebruiken.
De bodycamera’s worden ingeschakeld als er naar het oordeel van de boa een onveilige situatie ontstaat of dreigt te ontstaan. Als dat mogelijk is geeft de boa voor het inschakelen van de bodycamera een duidelijke, mondelinge aankondiging.
Categorieën van persoonsgegevens
Een bodycamera is een kleine mobiele camera op het uniform van de boa. Deze bodycamera’s nemen zowel beeld als geluid op. Alle fysieke persoonskenmerken, uitspraken en gedragingen, verbaal en non-verbaal, worden dus vastgelegd.
Bewaartermijn
Ook als de bodycamera’s zijn uitgeschakeld, nemen ze voortdurend op. Maar deze beelden worden kort, 30 seconden, bewaard en daarna automatisch overschreven. Dit betekent wel dat áls een boa de camera inschakelt, er 30 seconden aan extra beeldmateriaal beschikbaar is, voorafgaand aan het moment dat de camera werd ingeschakeld. De beelden die worden opgenomen nadat de bodycamera’s zijn ingeschakeld worden tot maximaal 28 dagen na het incident bewaard, tenzij de beelden worden gevorderd door de politie of het Openbaar Ministerie, of iemand verzoekt om inzage in de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens. Dan wordt de bewaartermijn overeenkomstig opgeschort.
Ontvangers van uw persoonsgegevens
De Werkorganisatie BUCH maakt gebruik van een ‘verwerker’ voor de opslag van de camerabeelden. De camerabeelden worden met Politie of het Openbaar Ministerie gedeeld als dit nodig is voor strafrechtelijk onderzoek.